‘Blijf er toch niet zo in hangen! Het wordt hoogtijd dat je dat toch eens een plekje gaat geven! Het leven gaat gewoon door weet je wel?!’

Deze goedbedoelde ‘opbeurende’ woorden hoorde ik laatst voorbijkomen aan het tafeltje naast mij. ‘Je moet (?) het nu toch eens een plekje gaan geven’. Het zal je maar gezegd worden, dacht ik.

‘Je moet’ – die doet het doorgaans al niet zo heel erg lekker.
‘het’ – ja wat is het eigenlijk? Hebben we het over hetzelfde?
‘een plekje geven’ – waaaaaaaar dan? Dat zegt de raadgever er meestal niet bij.

Het omgekeerde gebeurt ook, dat iets of iemand geen plek krijgt. Dat is ook een geweldig recept voor een hoop gedoe. Denk bijvoorbeeld aan een van je kinderen die qua gedrag verdacht veel op zijn of haar afwezige ouder gaat lijken, jouw ex, of een overleden familielid etc.

Gelukkig kan ik ook putten uit eigen ervaring. Mijn moeder heeft slechts één broer en dat is het. Tenminste, dat dacht ik! Een paar jaar geleden hadden we het erover en toen zei ze: ‘Nou ja, that’s it? Niet helemaal hoor’. Tot mijn stomme verbazing vertelde ze dat zij nog een klein broertje hebben gehad, Hansje. ‘Maar die heeft niet lang geleefd’. ‘Alsof dat er iets toe doet?’, bedacht ik me. ‘Hij was er wel en heeft dus recht op een plek in ons familiesysteem.’

Wat volgde was een interessant gesprek. Over hoe mijn moeder dit terloops had gehoord van haar eigen moeder en hoe er verder door niemand ooit over werd gesproken. En als kind heb je ook het hart niet om er wel over te beginnen, je voelt heel goed aan wat wel of niet besproken kan worden.

Ja, je mag het een plekje geven…

Je moet het toch eens een plekje geven
Getagd op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *